|
|
Gerrit Zevenbergpagina 4next |
|
10 october 1943 Hanover Luchtaanval, die de binnenstad vernietigde
|
|
|
Afzender G. Zevenberg Wilhelm Smiddingswerke Hannover, Linden Gottinger chassee 8/9 Duitsland
|
Beste Ouders Dit wordt een brief zonder leugens, want in de andere brieven is dit niet altijd zo. Nu om te beginnen, pen ik hier neer vanaf dat ik hier gekomen ben. Van de reis vanaf groningen naar Nieuweschans kan ik geen bijzonderheden over schrijven, alleen dat in Winschoten een paar vuile kerels in de coupe naast ons kwamen, waarvan een vermoedelijk mijn vulpotlood gepikt heeft. Toen kwam de grenspassering en ik kreeg een raar gevoel in me. 'Gerrit', dacht ik. 'Nu kan je niet meer terug.' In Wener werden we gecontroleerd, we werden als een stuk of wat dieren in een troep gedreven en we werden een voor een afgeroepen en er kwam een stempel in onze pas. Er werd weer ingestegen en daar gingen we naar Oldenburg. Daar aangekomen konden we onze koffers op een wagen laden en wij zelf moesten als soldaten achter de wagen lopen, na een 3 kwartier lopen kwamen we bij een soort cafe met een grote zaal voor feesten, nu daar konden we slapen, er lagen papieren zakken met stro zonder dekens of wat anders, maar geslapen hebben we niet. Om 2 uur gingen we weer weg naar Bremen, daar moesten we overstappen, om 8 uur 's avonds waren we in hannover. daar aangekomen moesten we in het doorgangslager. Nu dat was me een zootje, vies, vuil, en smerig, ik geloof dat dan alles wel gezegd is. Slapen durfden we niet, want we waren bang dat we dan wel eens diertjes bij ons konden krijgen. De hele nacht hebben we in het wcahtlokaal doorgebracht. 's Morgens om 9 uur moesten we bij het doorganslager ons opstellen en na een half uur konden we vertrekken naar het Arbeitsambt, daar hebben we ongeveer 3 uur gewacht en toen kwam iemand mij ophalen. Toen was het lijden gelukkig afgelopen. Op de fabriek aangekomen kreeg ik warm eten en 2 dekens, pannetje, kroes en bordje alles van alluminium. Nadat dat gebeurd was, kon ik met een Hollander naar het lager gaan. |
| |
Zo nu kunnen we een maand overslaan, en dan komen we voor een verschrikkelijk feit, namelijk we zitten onder de lijfluizen. Nu we zijn wel ontsmet maar daarmee zijn onze kleren mee naar de maan gegaan, mijn kousen kan ik nu eenmaal dragen en dan moetik weer gaten stoppen van een vuist groot, maar daar heb ik wat op gevonden, ik loop nu zonder sokken naar het werk en ik werk ook zonder sokken aan. Dus dat is de grootste beroerdheid van alles dat onze kleren naar demaan zijn. Nu dan zijn we weer een eindje verder, nu er zijn dan weer nieuwe arbeiders gekomen, daarvan heeft zich nu een verdronken, we hebben allemaal bijgedragen voor een krans. Maar evengoed is het verschrikkelijk. Dat ook grote mensen nog huilen kunnen heb ik verleden week pas eens goed vernomen. Koos kreeg een brief van huis, en toen hij die opende viel er een foto van zijn vrouw en zijn 2 kinderen uit nu toen heb ik me maar omgedraaid maar evengoed kreeg ik ook een raar gevoel in me en ik moest opeens aan huis denken. Ik vind het helemaal nog niet zo slim dat ik hier arbeiden moet, maar omdat alles hier gedwongen worden daar zit de kneep in, of heb je het nog zo goed. P.S. Een ding wil ik nog schrijven we hebben goed van eten van onze eigen bonnen, maar het middageten op de fabriek is niet te eten. Ik laat het vaak staan, het is maar gelukkig dat ik af en toe een pakket krijg. |
| De tekeningen en foto's op deze pagina familiebezit | |